Naar hoofdinhoud

Titel II › Hoofdstuk II

Artikel 26

Artikel 26

Onderdeel van Mijnbesluit BES· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Bij de behandeling van een aanvrage om concessie en van een verzoek om goedkeuring tot overdracht van het recht op concessie of van eene concessie wordt, indien overigens tegen het verleenen van de concessie of de goedkeuring, voor zoover die wordt vereischt, geen bezwaren bestaan, nagegaan of de aanvrager dan wel de verkrijger voldoet aan de in art.5 der Mijnwet BES gestelde vereischten. 2. In de gevallen genoemd in de artt.19 en 20 wordt nagegaan of de rechtverkrijgenden van een overleden houder van het recht op concessie dan wel van eene concessie voldoen aan de in art.5 der Mijnwet BES gestelde vereischten. 3. In de gevallen genoemd in artt. 24 en 25 wordt nagegaan of in verband met het optreden van een nieuwen bestuurder of commissaris, een nieuwen beheerenden vennoot dan wel een nieuwen vertegenwoordiger, de houder van het recht op concessie of van eene concessie nog voldoet aan de in art.5 der Mijnwet BES gestelde vereischten. 4. Overigens wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij de artt. 78 en 79 of de artt.80 tot en met 85. 5. In de gevallen, bedoeld in het tweede en derde lid van dit artikel, wordt aan belanghebbenden, indien zij naar het oordeel van Onze Minister aan de gestelde vereischten voldoen, daarvan mededeeling gedaan. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel