Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Wet identificatieplicht BES· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Onder identiteitsdocument, als bedoeld in artikel 1, wordt verstaan: een geldige identiteitskaart als bedoeld in de Wet identiteitskaarten BES; of een geldig reisdocument, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Paspoortwet (Stb. 1991, 498); of een geldig rijbewijs, als bedoeld in de wegenverkeerswetgeving van Bonaire, Sint Eustatius en Saba; of de documenten, waarover een vreemdeling ingevolge de Wet toelating en uitzetting BES moet beschikken ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie; of het door de Minister van Justitie vastgestelde identiteitsdocument, dat betrekking heeft op de minderjarige, die ingevolge de Wet identiteitskaarten BES niet verplicht is om in het bezit te zijn van een identiteitskaart. 2. Onze Minister van Justitie kan, al dan niet voor een bepaald tijdvak, andere dan de in het eerste lid bedoelde documenten aanwijzen ter vaststelling van de identiteit van personen. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel