Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De bewapening van de ambtenaar bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit: een korte wapenstok; pepperspray en nazorgmiddelen; een pistool of een revolver met de daarbij behorende munitie. 2. De korpsbeheerder kan ambtenaren van politie aanwijzen die van het dragen van een in het eerste lid genoemd wapen zijn vrijgesteld. 3. De korpsbeheerder kan bepalen dat de ambtenaar die belast is met surveillance en beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in artikel 25, eerste lid, mede wordt uitgerust met een politiesurveillancehond, een elektrische wapenstok en een lange wapenstok. 4. De overige uitrusting van de ambtenaar bestaat uit: handboeien; een koppel. 5. De korpsbeheerder kan de ambtenaar mede uitrusten met een veiligheidsvest of tie-raps. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel