Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Bij ministeriële regeling worden keuringsreglementen vastgesteld met betrekking tot de keuring van de politiespeurhond, de politiesurveillancehond en de hond die bedoeld is om in te zetten bij aanhoudings- en ondersteuningswerkzaamheden. 2. Het keuringsreglement voor de politiespeurhond bevat ten minste de volgende eisen: voor alle politiespeurhonden met uitzondering van de politiespeurhonden menselijke geur: gehoorzaamheid van de politiespeurhond aan de geleider; een goede samenwerking van de politiespeurhond met de geleider; het niet agressief zijn ten opzichte van mensen en dieren; de vaardigheid van het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk geen belemmering mogen zijn; voor de speurtaak van de politiespeurhonden menselijke geur: het zelfstandig willen en kunnen zoeken van kleine en grote voorwerpen met menselijke geur; het opsporen en lokaliseren van een persoon; het speuren over gecombineerde terreinen; voor de geuridentificatietaak van de politiespeurhond menselijke geur: het uitvoeren van een tweetal geuridentificatieproeven, zoals in het keuringsreglement omschreven; voor de politiespeurhond verdovende middelen: het zelfstandig willen en kunnen zoeken van verdovende middelen; het vermogen om binnen een redelijke tijd alleen die soorten verdovende middelen op te sporen, die in het keuringsreglement zijn aangewezen; voor de politiespeurhond explosieven: het zelfstandig willen en kunnen zoeken naar explosieven, wapens en munitie; het vermogen om binnen redelijke tijd explosieven, wapens en munitie op te sporen en te lokaliseren; voor de politiespeurhond stoffelijke resten: het zelfstandig willen en kunnen zoeken naar stoffelijke resten van mensen; voor de politiespeurhond brandversnellende middelen: het zelfstandig willen en kunnen zoeken naar brandversnellende middelen; het vermogen om binnen een redelijke tijd alleen die brandversnellende middelen op te sporen, die in het keuringsreglement zijn aangewezen. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel