**1.** Onder vermogen wordt verstaan de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de aanwezige schulden. De waarde van bezittingen wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering.
**2.** Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen:
bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn of, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;
het bij de aanvang van de onderstand aanwezige vermogen voor zover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in het derde lid;
de economische waarde van de woning die tevens hoofdverblijf is, tenzij Onze Minister van oordeel is dat de waarde van de woning in alle redelijkheid bij het vermogen kan worden betrokken;
bij regeling van Onze Minister aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade;
giften en andere dan de in onderdeel d bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade voor zover deze, gelet op de aard en de hoogte ervan, vanuit het oogpunt van onderstandsverlening verantwoord zijn.
**3.** De vermogensgrens, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is:
voor de alleenstaande die de pensioengerechtigde leeftijd niet heeft bereikt:
indien de belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire: USD 4.380 per 1 januari 2026: USD 5.833;
indien de belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius: USD 5.300 per 1 januari 2026: USD 6.676;
indien de belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba: USD 5.230 per 1 januari 2026: USD 6.849.
voor het gezin waarvan geen van de gezinsleden de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt:
indien de belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire: USD 8.760 per 1 januari 2026: USD 11.665;
indien de belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius: USD 10.600 per 1 januari 2026: USD 13.352;
indien de belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba: USD 10.460 per 1 januari 2026: USD 13.698.
voor de alleenstaande die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt:
indien de belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire: USD 8.760 per 1 januari 2026: USD 11.665;
indien de belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius: USD 10.600 per 1 januari 2026: USD 13.352;
indien de belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba: USD 10.460 per 1 januari 2026: USD 13.698.
voor het gezin waarvan ten minste een van de gezinsleden de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt:
indien de belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Bonaire: USD 17.520 per 1 januari 2026: USD 23.330;
indien de belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Sint Eustatius: USD 21.200 per 1 januari 2026: USD 26.705;
indien de belanghebbende woonachtig is in het openbaar lichaam Saba: USD 20.920 per 1 januari 2026: USD 27.396.
Hoofdstuk 3 › § 3.3
Artikel 18a
Vermogen
Onderdeel van Besluit onderstand BES· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026