**1.** Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
**2.** Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
zij met elkaar gehuwd zijn of zijn geweest; of
uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander.
**3.** Indien twee personen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en tussen hen bloedverwantschap bestaat tot en met de tweede graad, kan Onze Minister bepalen dat dit gelet op alle omstandigheden niet wordt aangemerkt als een gezamenlijke huishouding.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Gezamenlijke huishouding
Onderdeel van Besluit onderstand BES· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010