**1.** Onze Minister kan kosten van onderstand terugvorderen, voor zover de onderstand:
ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
op grond van artikel 29 bij wijze van voorschot is verleend en nadien is vastgesteld dat geen recht op onderstand bestaat;
anderszins onverschuldigd is betaald voor zover de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen, of
anderszins onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen dat:
de belanghebbende naderhand met betrekking tot de periode waarover onderstand is verleend, over in aanmerking te nemen middelen als bedoeld in paragraaf 3.3 beschikt of kan beschikken;
onderstand is verleend met een bepaalde bestemming en naderhand door de belanghebbende vergoedingen of tegemoetkomingen worden ontvangen met het oog op die bestemming.
**2.** Het in aanmerking nemen van in de voorafgaande drie maanden ontvangen middelen, voor zover deze niet vallen onder de vrijlating, bedoeld in artikel 19, wordt niet als terugvordering beschouwd.
**3.** Bij gebreke van tijdige betaling kan de vordering worden verhoogd met de wettelijke rente en de op de terugvordering betrekking hebbende kosten.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Hoofdstuk 6 › § 6.4
Artikel 33
Bevoegdheid terugvordering
Onderdeel van Besluit onderstand BES· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010