Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 3

Artikel 2.10

Artikel 2.10

Onderdeel van Besluit toelating en uitzetting BES· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

De gegevens, bedoeld in artikel 22h, eerste lid, onder b, van de Wet, worden op verzoek dan wel uit eigen beweging verstrekt aan Onze Minister indien dit noodzakelijk is met het oog op: het vaststellen van de identiteit van de vreemdeling voor wie de machtiging tot voorlopig verblijf of het terugkeervisum is bestemd; verificatie van de door de vreemdeling voor wie de machtiging tot voorlopig verblijf of het terugkeervisum is bestemd verstrekte gegevens en documenten, bedoeld in artikel 2g, eerste lid, dan wel 2i, eerste lid, onder a, van de Wet; verificatie van naderhand gebleken feiten of omstandigheden die tot de conclusie kunnen leiden dat verlening van de machtiging tot voorlopig verblijf of het terugkeervisum onjuist was; of de beoordeling of aan de voorwaarden en beperkingen waaronder de machtiging tot voorlopig verblijf of het terugkeervisum is verleend, wordt voldaan. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel