**1.** De waarborgsom, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a, wordt in ieder geval door Onze Minister aan de rechthebbende teruggegeven:
zodra de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, of het desbetreffende voorschrift, is ingetrokken, dan wel de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verstreken;
zodra aan de vreemdeling de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is verleend;
zodra de vreemdeling Nederlander wordt;
bij overlijden van de vreemdeling, dan wel
uiterlijk vijf jaar nadat de waarborgsom is gestort.
**2.** Indien een waarborgsom wordt teruggegeven wegens het intrekken of het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in het eerste lid, onder a, vindt de teruggave plaats met aftrek van de door de overheid gemaakte of te maken kosten, verbonden aan de reis van de vreemdeling naar een plaats buiten de openbare lichamen waar zijn toegang is gewaarborgd.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 2 › § 1
Artikel 5.6
Artikel 5.6
Onderdeel van Besluit toelating en uitzetting BES· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010