Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 2 › § 1

Artikel 5.8

Artikel 5.8

Onderdeel van Besluit toelating en uitzetting BES· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Verplichtingen, voortvloeiende uit een garantstelling overeenkomstig artikel 5.4, eerste lid, onder b, of het stellen van zakelijke zekerheid overeenkomstig artikel 5.4, derde lid, hebben uitsluitend betrekking op kosten, veroorzaakt binnen vijf jaren, nadat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend. 2. Onze Minister kan bepalen dat de in het eerste lid genoemde termijn korter is dan vijf jaren, indien: op andere wijze voldoende zekerheid is gesteld; de vreemdeling de openbare lichamen definitief heeft verlaten; aan de vreemdeling een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een andere beperking of een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is verleend; of de vreemdeling de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. 3. Het model van de garantstelling wordt vastgesteld door Onze Minister. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel