**1.** De aantekeningen, bedoeld in artikel 6.25, eerste lid, onder g, betreffen:
een aantekening waaruit de uiterlijke datum van vertrek blijkt, indien aan de vreemdeling overeenkomstig artikel 16a van de Wet een termijn is gegund waarbinnen hij de openbare lichamen uit eigen beweging dient te verlaten;
een aantekening waaruit blijkt tot welke datum uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft ingevolge artikel 16b, derde lid,van de Wet;
een aantekening waaruit de datum van indienen van een bezwaarschrift blijkt, indien de uitzetting achterwege blijft hangende een beslissing op een door de vreemdeling ingediend bezwaar, eventueel met doorhaling van de aantekening, bedoeld onder a;
een aantekening omtrent uitzetting, indien naar het oordeel van de korpschef of de Commandant van de Koninklijke marechaussee gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal trachten naar de openbare lichamen terug te keren zonder te voldoen aan de vereisten voor toegang tot de openbare lichamen.
**2.** Bij een aantekening als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt tevens gesteld dat arbeid niet is toegestaan.
**3.** De aantekening, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt niet gesteld, indien het vertrek, de uitzetting of de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot een derde land daardoor wordt bemoeilijkt.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk 6 › Afdeling 2
Artikel 6.30
Artikel 6.30
Onderdeel van Besluit toelating en uitzetting BES· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010