**1.** De aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring, bedoeld in artikel 16e, eerste lid, van de Wet, wordt door Onze Minister in ieder geval ingewilligd, indien de vreemdeling niet aan strafvervolging terzake van misdrijf is onderworpen en ongewenst verklaard is:
naar aanleiding van geweldsdelicten of opiumdelicten en sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit de openbare lichamen tien achtereenvolgende jaren buiten de openbare lichamen heeft verbleven;
naar aanleiding van andere misdrijven en sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit de openbare lichamen vijf achtereenvolgende jaren buiten de openbare lichamen heeft verbleven, of
op grond van artikel 16d, eerste lid, onder a, van de Wet en sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit de openbare lichamen één jaar buiten de openbare lichamen heeft verbleven.
**2.** De in het eerste lid genoemde termijnen vangen opnieuw aan, indien de vreemdeling tijdens de ongewenstverklaring:
een als misdrijf strafbaar gestelde inbreuk op de openbare orde heeft gepleegd die tot ongewenstverklaring zou kunnen leiden, of
zonder voorafgaande tijdelijke opheffing of in strijd met de aan die tijdelijke opheffing verbonden voorwaarden in de openbare lichamen heeft verbleven.
**3.** De gegevens, die de vreemdeling ter ondersteuning van zijn aanvraag verstrekt, zijn in ieder geval:
een schriftelijke verklaring van de vreemdeling dat hij sinds zijn vertrek uit de openbare lichamen na de ongewenstverklaring tien, onderscheidenlijk vijf achtereenvolgende jaren of één jaar buiten de openbare lichamen heeft verbleven en dat hij zich in die periode niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven en dat hij niet aan strafvervolging onderworpen is;
een kopie van de documenten voor grensoverschrijding die de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft gehouden;
een overzicht van de plaatsen waar de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft verbleven, voorzien van bewijsstukken, en
een schriftelijke verklaring, afgegeven door de terzake bevoegde autoriteiten van de staat of staten, het land of de landen waar de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft verbleven, dat de vreemdeling zich tijdens dat verblijf niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven en niet aan strafvervolging onderworpen is.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk 8 › Afdeling 3
Artikel 8.5
Artikel 8.5
Onderdeel van Besluit toelating en uitzetting BES· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010