Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9 › Afdeling 1

Artikel 9.1

Artikel 9.1

Onderdeel van Besluit toelating en uitzetting BES· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Onze Minister onderscheidenlijk de korpschef verstrekt op de wijze als beschreven in dit artikel de gegevens betreffende de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling die een bestuursorgaan of een orgaan als bedoeld in artikel 23, vijfde lid, van de Wet nodig hebben voor de toekenning van verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen of vergunningen. 2. De basisgegevens betreffende de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling worden door Onze Minister onderscheidenlijk de korpschef verstrekt aan de basisadministratie persoonsgegevens waar de betrokken vreemdeling is ingeschreven, met het oog op de verstrekking daarvan ingevolge de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES aan een orgaan als bedoeld in het eerste lid. De basisgegevens zijn de gegevens betreffende de verblijfstitel van de vreemdeling, bedoeld in bijlage I van het Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES. 3. Een bestuursorgaan of een orgaan als bedoeld in artikel 23, vijfde lid, van de Wet vraagt Onze Minister onmiddellijk nadere gegevens over de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling, indien bij het bestuursorgaan of een orgaan als bedoeld in artikel 23, vijfde lid, van de Wet, na raadpleging van de basisgegevens betreffende de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling uit de basisadministratie persoonsgegevens van het openbaar lichaam waar de vreemdeling verblijf houdt onduidelijkheid bestaat omtrent de verblijfsrechtelijke positie van die vreemdeling, omdat: de vreemdeling niet voorkomt in de basisadministratie persoonsgegevens van het desbetreffende openbaar lichaam, maar wel beschikt over het bescheid, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet; de verblijfsrechtelijke gegevens in de basisadministratie persoonsgegevens van het desbetreffende openbaar lichaam afwijken van de gegevens omtrent het verblijf van die vreemdeling op het bescheid, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet, of de verblijfsrechtelijke gegevens in de basisadministratie persoonsgegevens van het desbetreffende openbaar lichaam en het bescheid, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet afwijken van andere bescheiden, waarover het bestuursorgaan beschikt, waardoor gerede twijfel over de juistheid van de gegevens over de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling is ontstaan. 4. Onze Minister verstrekt het bestuursorgaan of een orgaan als bedoeld in artikel 23, vijfde lid, van de Wet, in de gevallen, bedoeld in het derde lid, desgevraagd onmiddellijk de nadere gegevens over de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling. 5. Indien een bestuursorgaan of een orgaan als bedoeld in artikel 23, vijfde lid, van de Wet, in een individueel geval aanwijzingen heeft dat op korte termijn een wijziging in de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling optreedt of recent een wijziging in de verblijfsrechtelijke positie is opgetreden en het bestuursorgaan heeft met redenen omkleed aannemelijk gemaakt dat vanwege het spoedeisende karakter bij het toekennen van een verstrekking, voorziening, uitkering, ontheffing of vergunning niet gewacht kan worden op de aanpassing van de basisgegevens in de basisadministratie persoonsgegevens van het desbetreffende openbaar lichaam, verstrekt Onze Minister desgevraagd onmiddellijk nadere gegevens over een desbetreffende wijziging in de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling. Het verzoek wordt schriftelijk gedaan. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel