Onze Minister kan regels stellen over de rechten die vreemdelingen ontlenen aan de volgende verdragen:
het Vluchtelingenverdrag (Trb. 1954, 88);
het Verdrag betreffende de status van staatlozen (Trb. 1955, 42);
het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag (Trb. 1956, 40);
de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake het verblijf en de vestiging van wederzijde onderdanen (1975) (Trb. 1975, 133);
de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake de binnenkomst en het verblijf van wederzijdse onderdanen met bijlage en protocol inzake verkregen rechten (1981) (Trb. 1981, 35).
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk 9 › Afdeling 2
Artikel 9.3
Artikel 9.3
Onderdeel van Besluit toelating en uitzetting BES· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010