Naar hoofdinhoud

§ 2

Artikel 5

(overgangsrecht geldtransactiekantoren)

Onderdeel van Overgangs- en vrijstellingsregeling financiële markten BES· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Degene die een maand voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling in de openbare lichamen het bedrijf van geldtransactiekantoor uitoefende, is tot 1 juli 2011 vrijgesteld van de eisen die ingevolge de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES aan de uitoefening van het bedrijf van geldtransactiekantoor worden gesteld. 2. In geval de betrokken financiële onderneming voor 1 januari 2011 een aanvraag voor een vergunning tot uitoefening van het bedrijf van geldtransactiekantoor heeft ingediend die voldoet aan het ingevolge artikel 3a van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES bepaalde, geldt in afwijking van het eerste lid de in dat lid bedoelde vrijstelling tot en met de dag waarop de vergunning wordt verleend, dan wel tot de eerste dag van de derde kalendermaand na het tijdstip van afwijzing van de aanvraag. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel