Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Rijksbesluit rechtspositie Gouverneurs· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. In geval van overlijden van de Gouverneur worden aan de weduwe of weduwnaar, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, uitgekeerd: een bedrag gelijk aan de bezoldiging, bedoeld in artikel 2, over een tijdvak van drie maanden; een bedrag wegens verhuis- en reiskosten overeenkomstig artikel 3, onderdelen a en b; en een bedrag gelijk aan de tegemoetkoming, bedoeld in onderdeel c van artikel 9. 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overleden Gouverneur ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in artikel 3, tweede, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet. 3. Bij ontstentenis van een weduwe of weduwnaar geschieden de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, ten behoeve van de kinderen. 4. Indien de overleden Gouverneur geen betrekkingen nalaat als genoemd in het derde lid, dan geschiedt de uitkering van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onder a, indien de overledene kostwinner was, aan: diens ouders; andere kinderen dan bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, mits zij de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn; of broers en zussen. 5. Indien de overleden Gouverneur geen betrekkingen als bedoeld in de vorige leden nalaat, kan het bedrag, bedoeld in onderdeel a van het eerste lid, door Onze Minister geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel