De Gouverneur heeft aanspraak op:
een jaarlijks vakantieverlof van 25 dagen, welk verlof binnen de ambtstermijn cumulatief tot een maximum van 75 dagen kan worden genoten;
een jaarlijkse vakantie-uitkering van 8% van de bezoldiging;
een eindejaarsuitkering van 8,3% van de bezoldiging.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Rijksbesluit rechtspositie Gouverneurs· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010