**1.** De ambtenaar aan wie vrijstelling van dienst wegens ziekte is verleend van drie maanden of meer, mag de uitoefening van zijn dienst niet hervatten, dan nadat uit een verklaring van de geneeskundige(n), bedoeld in artikel 33, vierde lid, blijkt, dat de betrokken ambtenaar is onderzocht en in staat is bevonden tot hervatting van zijn dienstuitoefening.
**2.** De ambtenaar die aan het einde van een tot de maximumduur genoemd in artikel 31 verlengde vrijstelling van dienst wegens ziekte volgens een verklaring afgegeven door de geneeskundige(n), bedoeld in het eerste lid, niet geschikt is bevonden om zijn dienstuitoefening te hervatten, wordt, behoudens het bepaalde in het volgende lid, eervol ontslag uit de overheidsdienst verleend.
**3.** Indien de geneeskundige(n), bedoeld in het eerste lid, van oordeel is dat hervatting van de dienstuitoefening door de betrokken ambtenaar niet mogelijk is wegens een opgekomen ziekte van voorbijgaande aard, wordt hem voor de duur van die ziekte vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden met behoud van zeventig ten honderd van zijn vol inkomen verleend.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk VI
Artikel 36
Artikel 36
Onderdeel van Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010