**1.** Het is de voorzitter en leden van de raad verboden:
hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie gevorderd wordt;
de gevoelens te openbaren, welke in raadkamer over aanhangige gedingen zijn geuit;
over een voor hen aanhangig geding of een geding, dat, naar zij weten of vermoeden, voor hen aanhangig zal worden, zich in te laten in enig onderhoud of gesprek met partijen of hun raadslieden of van deze enige bijzondere onderrichting, memorie of schriftuur aan te nemen.
**2.** De onder a en b, van lid 1 omschreven verbodsbepalingen gelden ook voor de dienstdoende griffier.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Titel II › Hoofdstuk Tweede › § 2
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010