**1.** De maximum-last, waarbij met de uiterste stand van de giek mag worden gewerkt, moet zijn vastgelegd.
**2.** Wanneer de giek op haar uiterste stand is moeten er tenminste twee kabelwindingen op de trommel van de lier aanwezig zijn.
**3.** De giek van een dirkkraan met vaste schoren mag niet aangebracht worden tussen de schoren.
**4.** Iedere kraan met een beweegbare giek moet voorzien zijn van een doelmatig sluitingsmechanisme tussen de koppeling van de giek en de pal op de giektrommel tenzij:
de hijstrommel en de giektrommel onafhankelijk van elkaar aangedreven worden;
het mechanisme dat de giektrommel aandrijft zelfsluitend is.
**5.** Waar de tuien van een getuide dirkkraan niet op ongeveer gelijke afstanden bevestigd kunnen worden moeten zodanige maatregelen genomen worden dat de veiligheid van de dirkkraan verzekerd is.
**6.** Het opstellen van een kraan moet geschieden onder toezicht van een voldoende deskundig persoon.
**7.** Iedere kraan moet na opstelling en voordat zij in gebruik wordt genomen ter plaatse op de verankering worden beproefd door een voldoende deskundig persoon.
**8.** Dirkkranen moeten beproefd worden op hun verankering door het belasten van elke verankering met een maximum trekkracht van
een last van 25% boven het maximaal toelaatbare, tot 20 ton;
een last van 5 ton boven het maximaal toelaatbare, tussen 20 en 50 ton;
een last van 10% boven het maximaal toelaatbare, boven 50 ton.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk II › Titel
Artikel 32
Artikel 32
Onderdeel van Arbeidsveiligheidsbesluit II BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010