Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 3

Artikel 114

Artikel 114

Onderdeel van Besluit Luchtverkeer BES· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Wanneer een luchtvaartuig wordt onderschept door een ander luchtvaartuig wordt door het onderschepte luchtvaartuig: de door het onderscheppende luchtvaartuig gegeven opdrachten gevolgd, waarbij aan visuele seinen betekenis en uitvoering wordt gegeven als aangegeven krachtens artikel 105; indien mogelijk de betrokken luchtverkeersdienst daarvan in kennis gesteld; zo mogelijk radioverbinding tot stand gebracht met het onderscheppende luchtvaartuig of de instantie die de onderschepping leidt, door het uitzenden van een algemene oproep op de noodfrequentie 121.500 MHz en zo mogelijk door het herhalen van deze oproep op de noodfrequentie 243.000 MHz onder vermelding van de identiteit en de positie van het luchtvaartuig en de aard van de vlucht; wanneer radioverbinding met het onderscheppende luchtvaartuig tot stand is gebracht maar communicatie in een gemeenschappelijke taal niet mogelijk is, pogingen ondernomen om essentiële informatie en bevestiging van opdrachten over te brengen door gebruikmaking van radioseinen die daartoe krachtens artikel 105 zijn vastgesteld; indien uitgerust met apparatuur voor het beantwoorden van ondervragingen door radiostations, Mode A of S code 7700 ingesteld, tenzij de betrokken luchtverkeersdienst anders opdraagt. 2. Indien door het onderschepte luchtvaartuig, uit welke bron dan ook, per radio opdrachten worden ontvangen die afwijken van de door het onderscheppende luchtvaartuig door middel van visuele seinen of radio gegeven opdrachten, wordt onmiddellijk opheldering gevraagd, terwijl intussen de door het onderscheppende luchtvaartuig gegeven opdrachten worden uitgevoerd. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel