Naar hoofdinhoud

Boek Vierde › Titel III › Afdeling Eerste

Artikel 224

Artikel 224

Onderdeel van Wetboek van Strafvordering BES· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Indien de rechter-commissaris oordeelt, dat tot het gerechtelijk vooronderzoek geen grond bestaat, verklaart hij dit bij een met redenen omklede beschikking. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 221 kan de rechter-commissaris, zo de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt en aan hem nog niet een dagvaarding ter terechtzitting is betekend, op het verzoek van de verdachte een gerechtelijk vooronderzoek instellen ten aanzien van het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen. Indien de rechter-commissaris oordeelt, dat grond tot gebruik van deze bevoegdheid bestaat, verklaart hij dit bij een met redenen omklede beschikking. Een afschrift daarvan zendt hij aan de officier van justitie. 3. Zodra een overeenkomstig het tweede lid ingesteld gerechtelijk vooronderzoek moet worden uitgebreid tot andere strafbare feiten, dient de officier van justitie een daartoe strekkende vordering in. 4. Wanneer een meer nauwkeurige omschrijving van het feit mogelijk is geworden, dient de officier van justitie een dienovereenkomstige vordering in, zodra het belang van het onderzoek de indiening toelaat. 5. Artikel 222, tweede lid, en artikel 223 zijn van overeenkomstige toepassing. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel