Naar hoofdinhoud

Boek Zevende › Titel VII

Artikel 551

Artikel 551

Onderdeel van Wetboek van Strafvordering BES· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Zodra het grote gevaar voor herhaling of voortzetting van het feit is geweken, beveelt de officier van justitie de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte. 2. De rechter-commissaris kan te allen tijde, hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte, de invrijheidstelling van de verdachte bevelen. Artikel 549 is van toepassing. 3. Het Hof van Justitie kan, ambtshalve of op het verzoek van de verdachte, het bevel tot ophouding opheffen. Artikel 103, tweede lid, is van toepassing. 4. Het bevel kan mede worden opgeheven bij de uitspraak van het vonnis ter zake van het in artikel 545 bedoelde feit gewezen. De opheffing wordt daarbij steeds bevolen, indien straf of maatregel ter zake van dat feit niet wordt opgelegd. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel