**1.** De officier van justitie stelt een voor inwilliging vatbaar en op een verdrag gegrond verzoek van een buitenlandse rechterlijke autoriteit in handen van de rechter-commissaris:
indien het strekt tot het horen of verhoren van personen die niet bereid zijn vrijwillig te verschijnen en de gevraagde verklaring af te leggen;
indien uitdrukkelijk is gevraagd om een beëdigde verklaring, of om een verklaring afgelegd ten overstaan van een rechter;
indien het met het oog op het verlangde gevolg nodig is, dat andere dan openbare plaatsen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de rechthebbende worden betreden, of dat stukken van overtuiging in beslag worden genomen.
**2.** In andere dan de in het eerste lid voorziene gevallen kan de officier van justitie het verzoek van een buitenlandse rechterlijke autoriteit in handen van de rechter-commissaris stellen.
**3.** De overlegging van het verzoek geschiedt bij een schriftelijke vordering, waarin wordt omschreven welke verrichtingen van de rechter-commissaris worden verlangd.
**4.** De in het derde lid bedoelde vordering kan te allen tijde worden ingetrokken.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Boek Zevende › Titel VIII › Afdeling Eerste
Artikel 561
Artikel 561
Onderdeel van Wetboek van Strafvordering BES· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010