**1.** Wanneer het onderzoek, dat na de landing van een vreemd luchtvaartuig op Bonaire, Sint Eustatius en Saba ingevolge artikel 13, vierde lid, van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Trb. 1964, 115 en 164) moet worden ingesteld naar hetgeen aan boord van het luchtvaartuig is voorgevallen, betrekking heeft op een feit ten aanzien waarvan de strafwet van Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet toepasselijk is, wordt het ingesteld overeenkomstig de bepalingen die gelden voor een opsporingsonderzoek met betrekking tot een strafbaar feit waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten.Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, wordt het feit geacht te zijn begaan ter plaatse waar het luchtvaartuig is geland.
**2.** De opsporingsambtenaren die het onderzoek verrichten, kunnen behalve de in artikel 119 bedoelde voorwerpen in beslag nemen de voorwerpen, die de gezagvoerder van het vreemde luchtvaartuig ingevolge artikel 9, derde lid, van het Verdrag na de landing overlevert.
**3.** Het bepaalde bij en krachtens de artikelen 141 tot en met 145, 150, en 152 tot en met 154 is van overeenkomstige toepassing.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Boek Zevende › Titel VIII › Afdeling Tweede
Artikel 566
Artikel 566
Onderdeel van Wetboek van Strafvordering BES· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010