Vóór de aanvang van een vlucht wordt elke drukhoogtemeter gecontroleerd op juiste aanwijzing.
Vóór het opstijgen wordt tenminste één drukhoogtemeter ingesteld op de QNH van het luchtvaartterrein en wordt de hoogte van het luchtvaartuig uitgedrukt in voeten boven zeeniveau tot en met het bereiken van de overgangshoogte.
Bij het tijdens de stijgvlucht passeren van de overgangshoogte wordt tenminste één drukhoogtemeter ingesteld op de drukwaarde van 1013.2 hPa en wordt de hoogte van het luchtvaartuig uitgedrukt in termen van vliegniveau.
Bij het tijdens de daalvlucht passeren van het overgangsniveau wordt tenminste één drukhoogtemeter ingesteld op de QNH van het luchtvaartterrein en wordt de hoogte van het luchtvaartuig uitgedrukt in voeten boven zeeniveau
Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.
Afdeling II
Artikel 5
Hoogtemeterinstelling
Onderdeel van Regeling gebruik hoogtemeter BES· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010