Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV › § 4

Artikel 36

Artikel 36

Onderdeel van Rechtspositiebesluit ambtenaren BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 9 oktober 2011

1. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de ambtenaar wordt door het bevoegd gezag aan de langstlevende echtgenoot een som uitgekeerd, gelijk aan drie maal het bedrag van de maandelijkse inkomsten op het tijdstip van overlijden. 2. Indien de overleden ambtenaar op het tijdstip van overlijden niet in actieve dienst is, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan drie maal hetgeen hij als inkomsten zou hebben genoten, indien hij op de eerste der maand van het overlijden in activiteit was geweest. 3. Indien de overleden ambtenaar geen betrekking als bedoeld in het eerste lid nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de kinderen tot wie de ambtenaar in familierechtelijke betrekking stond die de leeftijd van een en twintig jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn. Ontbreken ook zodanige kinderen, dan geschiedt de uitkering, indien de overledene kostwinner was van ouders, broeders, zusters of overige kinderen, ten behoeve van deze betrekkingen. 4. Laat de overleden ambtenaar ook geen betrekkingen als in het derde lid bedoeld na, dan kan het in het eerste lid bedoelde bedrag geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten der laatste ziekte en der begrafenis, zo de nalatenschap van de overleden ambtenaar voor de betaling dier kosten ontoereikend is.

Rechtspraak bij dit artikel