Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 38

Artikel 38

Onderdeel van Rechtspositiebesluit ambtenaren BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2012

1. Het bevoegde gezag verleent de ambtenaar op diens schriftelijke verzoek vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden indien hij verkozen is tot eilandraadslid van Bonaire, Sint Eustatius of Saba en zijn ambtelijke functie op grond van artikel 14 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba onverenigbaar is met het eilandraadslidmaatschap. 2. Indien de ambtenaar verkozen is tot eilandraadslid en zijn functie op grond van artikel 14, vierde lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba verenigbaar is met het eilandraadslidmaatschap, verleent het bevoegd gezag hem met inachtneming van het derde lid op diens schriftelijke verzoek vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden voor het bijwonen van vergaderingen en zittingen van de eilandsraad en voor het verrichten van werkzaamheden die voortvloeien uit het lidmaatschap van de eilandraad. 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van een taakduur van 24 uur per week voor een lid van de eilandraad van Bonaire en van een taakduur van 12 uur per week voor een lid van de eilandraad van Sint Eustatius of Saba. 4. Op de bezoldiging van de ambtenaar, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt een inhouding toegepast over de tijd dat hij verlof geniet. Deze inhouding is nooit meer dan betrokkene als eilandraadslid aan vergoeding voor zijn werkzaamheden ontvangt. 5. Het bevoegd gezag verleent de ambtenaar op diens schriftelijk verzoek volledige vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden indien hij is benoemd tot eilandgedeputeerde. 6. Op het inkomen van de ambtenaar, bedoeld in het vijfde lid, wordt een inhouding toegepast over de tijd dat hij verlof geniet. Deze inhouding is nooit meer dan betrokkene als eilandgedeputeerde aan bezoldiging ontvangt. Onder ‘bezoldiging’ wordt in de tweede volzin verstaan de bezoldiging, bedoeld in artikel 2 van het Rechtspositiebesluit eilandgedeputeerden en eilandsraadsleden BES, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, bedoeld in artikel 2b, en eenmalige uitkeringen als bedoeld in artikel 2a van dat besluit. 7. Tijdens de vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, ondergaat het inkomen van de ambtenaar dezelfde wijzigingen welke het zou hebben ondergaan indien deze vrijstelling van dienst niet zou zijn verleend. 8. In afwijking van hoofdstuk II, III en IIIA van het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES heeft de ambtenaar tijdens de vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden, bedoeld in het eerste en vijfde lid, geen aanspraak op vakantie-uren; ten aanzien van de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, is artikel 8, vierde lid, van het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES van overeenkomstige toepassing. 9. Onverminderd artikel 71a, vierde lid, behoudt de ambtenaar al zijn overige rechten en aanspraken tijdens de vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden als bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid. 10. Herstel in activiteit na het einde van de vrijstelling van dienst, bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid, geschiedt bij beschikking van het bevoegde gezag, tenzij de ambtsbetrekking reeds eerder mocht zijn geëindigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel