**1.** Wanneer een pensioenfonds voorziet of redelijkerwijs kan voorzien dat het niet meer voldoet of niet zal voldoen aan de bij of krachtens de artikelen 13 en 13d gestelde vereisten ten aanzien van de toereikende technische voorzieningen, meldt het pensioenfonds dit onverwijld aan de Bank.
**2.** In de in het eerste lid bedoelde situatie dient het pensioenfonds binnen twee maanden of zoveel eerder als de Bank bepaalt, een concreet en haalbaar kortetermijnherstelplan ter instemming bij de Bank in. In dit kortetermijnherstelplan werkt het pensioenfonds uit hoe het uiterlijk binnen drie jaar zal voldoen aan de artikelen 13 en 13d waarbij:
de kans op herstel verbetert;
de risico’s voor de aanspraak- en pensioengerechtigden niet toenemen; en
de kans op toeslagverlening niet negatief wordt beïnvloed.
**3.** In afwijking van het tweede lid geldt voor het kortetermijnherstelplan een termijn van een jaar indien niet is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid, onder a, b en c.
**4.** Het pensioenfonds handelt onverwijld overeenkomstig het kortetermijnherstelplan.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de inhoud en opstelling van een kortetermijnherstelplan.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Artikel 16b
Artikel 16b
Onderdeel van Pensioenwet BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010