Naar hoofdinhoud

Artikel 21

Artikel 21

Onderdeel van Pensioenwet BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De Bank kan, indien: de statuten en reglementen van een pensioenfonds niet aan de voorschriften van deze wet beantwoorden voor zover niet ingevolge artikel 26 ontheffing is verleend, in strijd zijn met andere wettelijke bepalingen, of in enig ander opzicht niet deugdelijk zijn om overeenkomstig deze wet te dienen tot uitvoering van de pensioenovereenkomsten; de gang van zaken bij een zodanig fonds haar, hetzij in zijn geheel, hetzij op bepaalde onderdelen, onbevredigend voorkomt, haar opmerkingen daarover ter kennis brengen van het fondsbestuur. 2. De Bank kan de door Onze Minister aangewezen representatieve organisaties van werkgevers en werknemers op de hoogte stellen van haar opmerkingen aan het fondsbestuur. Indien het bepaalde in eerste volzin toepassing heeft gevonden, brengt de Bank dit ter kennis van het fondsbestuur. De in dit lid bedoelde organisaties mogen niet tot openbaarmaking van de opmerkingen van de Bank in de pers, of anderszins, overgaan. 3. De Bank kan, indien het fondsbestuur in gebreke blijft aan deze opmerkingen gevolg te geven, tot openbaarmaking van haar opmerkingen in de pers, of anderszins, op kosten van het fonds overgaan. 4. Voordat de Bank tot openbaarmaking van haar opmerkingen overgaat, geeft zij van haar besluit daartoe bij aangetekend schrijven kennis aan het fondsbestuur. Van een door het fondsbestuur ingediend beroepschrift wordt een afschrift aan de Bank gezonden. Het beroep schorst de openbaarmaking. 5. Vervallen. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel