**1.** Het gebruik van een vuurwapen, niet zijnde een vuurwapen waarmee automatisch vuur of lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, is slechts geoorloofd:
om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken;
om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken, en die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf
waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en
dat een ernstige aantasting vormt van de lichamelijke integriteit of de persoonlijke levenssfeer, of
dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving is of kan zijn.
tot het beteugelen van oproerige bewegingen of andere ernstige wanordelijkheden, indien er sprake is van een opdracht van het bevoegd gezag en een optreden in gesloten verband onder leiding van een meerdere;
tot het beteugelen van militaire oproerige bewegingen, andere ernstige militaire wanordelijkheden of muiterij indien de militair van de Koninklijke marechaussee in opdracht van Onze Minister van Defensie dan wel de officier van justitie belast met militaire zaken in gesloten verband onder leiding van een meerdere optreedt.
**2.** Het gebruik van het vuurwapen in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, is slechts geoorloofd tegen personen en vervoermiddelen waarin of waarop zich personen bevinden.
**3.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt van het vuurwapen geen gebruik gemaakt indien de identiteit van de aan te houden persoon bekend is en redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het uitstel van de aanhouding geen onaanvaardbaar te achten gevaar voor de rechtsorde met zich brengt, dan wel indien een aanmerkelijke kans bestaat dat onschuldige derden kunnen worden getroffen.
**4.** Onder het plegen van een misdrijf, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden mede begrepen de poging daartoe en de deelnemingsvormen, bedoeld in de artikelen 49 en 50 van het Wetboek van Strafrecht BES.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.
Hoofdstuk 3 › § 2
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Ambtsinstructie politie BES· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010