**1.** Het inzetten van een politiesurveillancehond is slechts geoorloofd onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider bij:
de surveillancedienst,
het optreden van ambtenaren die zijn belast met het optreden ter handhaving van de openbare orde en hulpverlening bij grootschalige manifestaties en evenementen, het uitvoeren van evacuaties, het bewaken en beveiligen van objecten, het optreden tijdens tampen en crises, het uitvoeren van zoekacties en het aanhouden van ordeverstoorders na toestemming van het bevoegd gezag.
**2.** Het inzetten van een politiehond bij het optreden van ambtenaren als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer politiekorps BES of een bijstandseenheid is slechts geoorloofd onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider bij het, na toestemming van het bevoegd gezag, optreden van deze ambtenaren of een dergelijke eenheid.
**3.** De geleider dient in het bezit te zijn van een krachtens artikel 41, eerste lid, van de rijkswet vastgesteld certificaat.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.
Hoofdstuk 3 › § 6
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Ambtsinstructie politie BES· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010