Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › § 2

Artikel 166

Artikel 166

Onderdeel van Besluit toezicht luchtvaart BES· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De luchthavenmeester draagt zorg dat het in gebruik zijnde deel van het landingsterrein niet onveilig wordt gemaakt door enig roerend goed. 2. Indien zich op het landingsterrein roerend goed bevindt, hetwelk gevaar voor luchtvaartuigen kan opleveren, wordt dit roerend goed door de zorg van de luchthavenmeester verwijderd dan wel aangeduid overeenkomstig het bepaalde in de artikel 150. 3. Indien een gedeelte van het landingsterrein geheel of gedeeltelijk gesloten is verklaard of niet geschikt is voor het gebruik door luchtvaartuigen, wordt dat gedeelte door de zorg van de luchthavenmeester aangeduid overeenkomstig hoofdstuk 7 «Visual Aids for denoting restricted use areas» van de bij dit besluit behorende bijlage CARNA Part 14. 4. Indien een gedeelte van het landingsterrein op een luchtvaartterrein, dat gedurende de nacht of tijdens instrumentweersomstandigheden (IMC) wordt gebruikt, geheel of gedeeltelijk gesloten is verklaard of niet geschikt is voor het gebruik door luchtvaartuigen, wordt dat gedeelte door de zorg van de luchthavenmeester aangeduid door lichten overeenkomstig het bepaalde in de artikel 148 en 150. Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel