Naar hoofdinhoud

Titel

Artikel 4

Uitkering in verband met zwangerschap en bevalling voor zelfstandigen

Onderdeel van Wet ziekteverzekering BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

1. De zelfstandige, meewerkende echtgenoot of gelijkgestelde die gedurende het kalenderjaar voorafgaand aan de zwangerschap belasting- of aangifteplichtig was voor de opbrengstbelasting, de vastgoedbelasting, de loonbelasting, de inkomstenbelasting of algemene bestedingsbelasting in het kader van de uitoefening van haar beroep of bedrijf en een belastbare som uit inkomsten uit de onderneming heeft van ten minste de belastingvrije som, genoemd in artikel 24 van de Wet inkomstenbelasting BES heeft recht op uitkering in verband met zwangerschap en bevalling gedurende ten minste zestien weken. 2. Het recht op uitkering in verband met zwangerschap vangt aan zes weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling, of tien weken voor die dag indien het een zwangerschap van meer dan een kind betreft, zoals aangegeven in een schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige, tot en met de dag van de bevalling. Indien de zelfstandige, meewerkende echtgenoot of gelijkgestelde dat wenst vangt het recht op uitkering in verband met zwangerschap aan op een later tijdstip, doch uiterlijk vier weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling of uiterlijk acht weken voor die dag indien het een zwangerschap van meer dan een kind betreft. 3. Het recht op uitkering in verband met bevalling vangt aan op de dag na de bevalling en bedraagt tien aaneengesloten weken, vermeerderd met het aantal dagen dat de uitkering in verband met zwangerschap tot en met de vermoedelijke datum van bevalling, dan wel, indien eerder gelegen, tot en met de werkelijke datum van bevalling, minder dan zes weken heeft bedragen of, indien het een zwangerschap van meer dan een kind betreft, minder dan tien weken heeft bedragen. 4. Als een kind van een ouder als bedoeld in het eerste lid tijdens de periode waarop een recht op uitkering in verband met bevalling bestaat vanwege zijn medische toestand in het ziekenhuis is opgenomen, wordt het recht op uitkering in verband met bevalling verlengd met de tijd dat het kind in het ziekenhuis heeft doorgebracht vanaf de achtste dag van opname tot en met de laatste dag waarop het recht op uitkering bestaat tot een maximum van tien weken. De in de eerste zin bedoelde verlenging is uitsluitend van toepassing voor zover de aldaar bedoelde ziekenhuisopname langer duurt dan het aantal dagen waarmee de uitkering in verband met de bevalling als gevolg van de werkelijke datum van bevalling op grond van het derde lid wordt verlengd. Het ziekenhuis geeft op verzoek van de zelfstandige, meewerkende echtgenoot of gelijkgestelde een verklaring af, waarin de gehele duur van de opname van het kind in het ziekenhuis tijdens de uitkeringsperiode staat vermeld.

Rechtspraak bij dit artikel