Naar hoofdinhoud

Titel I › Hoofdstuk III

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Onteigeningswet BES· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Wanneer de verweerder buiten het Koninkrijk woont, of zijn woonplaats onbekend is, wordt het geding gevoerd tegen de gevolmachtigde of bewindvoerder, indien een zodanige binnen het Koninkrijk bekend is, en, zo ook deze onbekend is, tegen een derde binnen het ressort van de rechter wonende en door deze, op verzoek en ten koste der onteigenende partij te dien einde te benoemen. De alzo benoemde kan, bij het ophouden zijner betrekking, het loon van de bewindvoerder eens afwezigen en daarenboven de gemaakte onkosten in rekening brengen. 2. Het geding wordt eveneens gevoerd tegen een derde binnen het ressort van de rechter wonende en door deze, op verzoek en ten koste van de onteigenende partij, te dien einde te benoemen, wanneer de gegevens, bedoeld in artikel 3, lid 1, niet in de openbare registers van de hypotheekbewaarder voorkomen. 3. Desniettemin is de verweerder gerechtigd ten dage, in artikel 22 genoemd, op de oproeping, aan de gevolmachtigde, bewindvoerder of door de rechter benoemde gedaan, te verschijnen, in welk geval de oproeping als aan hem geschied wordt beschouwd en het geding tegen hem wordt gevoerd. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel