Met het oog op de in de staat van herkomst te nemen beslissing om het kind aan de zorg van de aspirant-adoptiefouders toe te vertrouwen, deelt de vergunninghouder de centrale autoriteit van die staat schriftelijk mede dat tegen deze toevertrouwing geen bedenkingen bestaan en dat de adoptie voortgang mag vinden. De mededeling gaat vergezeld van een schriftelijke verklaring van de aspirant-adoptiefouders, dat zij ermee instemmen dat het kind aan hun zorg wordt toevertrouwd, en een schriftelijke verklaring van Onze Minister dat het kind voor een permanent verblijfsrecht in aanmerking komt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede
lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van
de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Boek 1 › Titel 12a › Hoofdstuk 3
Artikel 232h
Artikel 232h
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek BES Boek 1· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010