**1.** Het kind en de niet met het gezag belaste ouder hebben recht op omgang met elkaar.
**2.** De rechter in eerste aanleg stelt op verzoek van de ouders of van één van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
**3.** De rechter ontzegt het recht op omgang slechts, indien:
omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind,
de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang,
het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken, of
omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.
Boek 1 › Titel 15
Artikel 377a
Artikel 377a
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek BES Boek 1· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010