Naar hoofdinhoud

Boek 1 › Titel 16

Artikel 385

Artikel 385

Onderdeel van Burgerlijk Wetboek BES Boek 1· Personen- en familierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Behoudens het in de artikelen 383 en 384 bepaalde vinden de artikelen 250, 280, onderdeel b, 281, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, 297 tot en met 299, 322, onderdelen a en c, 324, 336 en 372 tot en met 377 bij curatele overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: in geval van benoeming van een ouder tot curator een bereidverklaring als bedoeld in artikel 280, onderdeel b, niet is vereist; aan de voogdijraad ter zake geen bevoegdheden toekomen; de curator te allen tijde wegens gewichtige redenen op eigen verzoek, op verzoek van de onder curatele gestelde, op vordering van het Openbaar Ministerie of ambtshalve door de rechter in eerste aanleg kan worden ontslagen. 2. Een curator die niet is de echtgenoot of andere levensgezel of bloedverwant in de rechte lijn van de onder curatele gestelde, kan bovendien ontslag verzoeken wanneer hij de curatele ten minste acht jaren heeft uitgeoefend; het ontslag wordt verleend zodra de rechter in eerste aanleg zich in staat acht een geschikte opvolger te benoemen. Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel