Naar hoofdinhoud

Boek 1 › Titel 18 › Afdeling 2

Artikel 414

Artikel 414

Onderdeel van Burgerlijk Wetboek BES Boek 1· Personen- en familierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De rechter in eerste aanleg stelt dag en uur vast waartegen de vermiste moet worden opgeroepen. De oproep loopt op een termijn van een maand of zoveel langer als de rechter mocht bevelen. De oproeping geschiedt overeenkomstig Boek 1, titel 10, afdeling 3, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES. 2. Indien de vermiste niet verschijnt, noch iemand voor hem opkomt die behoorlijk van het in leven zijn van de vermiste doet blijken, verklaart de rechter dat er rechtsvermoeden van overlijden bestaat, onverminderd zijn bevoegdheid de beschikking, bedoeld in het eerste lid, eerst nog eenmaal te herhalen alsmede het horen van getuigen en de overlegging van bewijsstukken te gelasten, ten bewijze dat is voldaan aan de vereisten die artikel 413 stelt. 3. De beschikking, houdende verklaring dat er rechtsvermoeden van overlijden bestaat, noemt de dag waarop de vermiste wordt vermoed te zijn overleden; als zodanig geldt de dag, volgende op die van de laatste tijding van zijn leven, tenzij voldoende vermoedens bestaan dat hij daarna nog enige tijd in leven was. 4. De rechter kan tevens bepalen, dat de kosten die een verzoeker als bedoeld in artikel 413, eerste lid, heeft gemaakt, ten laste van het vermogen van de vermiste worden gebracht. Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel