Naar hoofdinhoud

Boek 2 › Titel 7

Artikel 254

Artikel 254

Onderdeel van Burgerlijk Wetboek BES Boek 2· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De in artikel 251 bedoelde vordering tot uittreding komt ook toe aan: de aandeelhouder die als zodanig niet of niet langer voldoet aan in de statuten gestelde kwaliteitseisen en dientengevolge een of meer van de aan zijn aandeel verbonden rechten niet kan uitoefenen. de aandeelhouder die aan de vennootschap en zijn medeaandeelhouders op naam schriftelijk heeft medegedeeld dat hij zijn aandelen wil vervreemden tegen daarbij genoemde voorwaarden en dat voornemen niet ten uitvoer kan leggen door de werking van een statutaire blokkeringsregeling in de zin van artikel 111 of 211 die de overdracht uitsluit of uiterst bezwaarlijk maakt. 2. In de gevallen bedoeld in het eerste lid vindt het zevende lid van artikel 252 geen toepassing. 3. Tenzij het vierde lid van artikel 251 overeenkomstige toepassing heeft gevonden, vervalt de bevoegdheid tot het instellen van de vordering zes maanden na het einde van de dag waarop de aandeelhouder is komen te verkeren in een situatie als bedoeld in het eerste lid onder a of de in het eerste lid onder b bedoelde schriftelijke mededeling door de vennootschap is ontvangen. Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel