**1.** De rechter voor wie een verzoek tot ontbinding van een rechtspersoonaanhangig is, kan op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie een voorziening treffen als bedoeld in het derde lid van artikel 255 indien het belang van de rechtspersoon of een andere in artikel 7, eerste lid, bedoelde persoon, dan wel het belang van de crediteuren van de rechtspersoon dit eist. De overige bepalingen van artikel 255 vinden overeenkomstige toepassing.
**2.** Zolang een verzoek tot ontbinding van een naamloze of besloten vennootschap aanhangig is, mogen de aandeelhouders hun aandelen niet vervreemden, verpanden of met vruchtgebruik belasten zonder toestemming van de rechter.
**3.** Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor aandelen die worden verhandeld op een beurs.
Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.
Boek 2 › Titel 1
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek BES Boek 2· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010