Naar hoofdinhoud

Boek 2 › Titel 2

Artikel 52

Artikel 52

Onderdeel van Burgerlijk Wetboek BES Boek 2· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Wanneer een erflater iets heeft vermaakt aan een stichting die hij in een bij notariële akte gemaakte uiterste wilsbeschikking heeft opgericht, is de stichting erfgenaam of legataris, naar gelang het haar vermaakte aan een erfstelling of aan een legaat beantwoordt. 2. Heeft hij bij een in andere vorm gemaakte uiterste wil verklaard een stichting in het leven te roepen, dan wordt deze beschikking aangemerkt als een aan de gezamenlijke erfgenamen opgelegde last om die stichting op te richten. 3. Degene op wie een last om een stichting op te richten rust, kan daartoe op vordering van het openbaar ministerie worden veroordeeld door de rechter in eerste aanleg van het openbaar lichaam waar de erflater ten tijde van zijn overlijden woonde of, indien de erflater zijn laatste woonplaats niet binnen het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba had, door de rechter in eerste aanleg te Bonaire. De rechter kan bepalen, dat het vonnis dezelfde rechtskracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van hem die tot de rechtshandeling gehouden is of dat een door de rechter aan te wijzen vertegenwoordiger de handeling zal verrichten. Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.

Rechtspraak bij dit artikel