**1.** Tegenover derde-verkrijgers van vermaakte of gegeven goederen, aan wie niet een beroep op de artikelen 86 tot en met 88 van Boek 3 toekomt, moet worden ingekort volgens de volgorde dier vervreemdingen, te beginnen met die vervreemdingen welke het laatst gedaan is.
**2.** Desniettemin zal de inkorting tegen derde verkrijgers geen plaatshebben, dan voor zover de begiftigde geen andere goederen mocht hebben overgehouden, welke in de gift begrepen waren, en deze niet genoegzaam zijn om het wettelijk erfdeel in zijn geheel te voldoen, en indien de waarde der vervreemde goederen niet op zijn persoonlijke goederen mocht kunnen worden verhaald.
**3.** De rechtsvordering tot inkorting jegens derde-verkrijgers verjaart door het tijdsverloop van drie jaren, te rekenen van de dag waarop de legitimaris de erfenis heeft aanvaard.
Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.
Boek 4 › Titel Twaalfde › Afdeling Derde
Artikel 955
Artikel 955
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek BES Boek 4· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010