**1.** Verplaatst zich, nadat de grens is vastgelegd, de oeverlijn van een openbaar water landinwaarts, dan moet de eigenaar van het overspoelde erf het gebruik van het water overeenkomstig de bestemming dulden.
**2.** Verplaatst zich, nadat de grens is vastgelegd, de oeverlijn van een water dat de eigenaar van het aanliggende erf voor enig doel mag gebruiken, in de richting van het water, dan kan de eigenaar van dat erf vorderen dat hem op de drooggekomen grond een of meer erfdienstbaarheden worden verleend, waardoor hij zijn bevoegdheden ten aanzien van het water kan blijven uitoefenen.
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten behoeve van hem die het water voor enig doel mag gebruiken en daartoe een erfdienstbaarheid op het aan het water liggende erf heeft.
**4.** In geval van grensvastlegging overeenkomstig artikel 32 is het eerste tot en met derde lid reeds van toepassing, wanneer de oeverlijn zich na de inschrijving van de vordering verplaatst.
Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.
Boek 5 › Titel 3
Artikel 33
Artikel 33
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek BES Boek 5· Goederenrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010