**1.** De eigenaar van het heersende erf is bevoegd om op zijn kosten op het dienende erf alles te verrichten wat voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid noodzakelijk is.
**2.** Hij is eveneens bevoegd om op zijn kosten op het dienende erf gebouwen, werken en beplantingen aan te brengen, die voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid noodzakelijk zijn.
**3.** Hij is verplicht het door hem op het dienende erf aangebrachte te onderhouden, voor zover dit in het belang van het dienende erf nodig is; hij is bevoegd het weg te nemen, mits hij het erf in de oude toestand terugbrengt.
**4.** De eigenaar van het dienende erf heeft geen recht van gebruik van de gebouwen, werken en beplantingen die daarop door de eigenaar van het heersende erf rechtmatig zijn aangebracht.
**5.** In de akte van vestiging kan van het eerste tot en met vierde lid worden afgeweken.
**6.** In geval van mandeligheid zijn in de plaats van het derde en het vierde lid de uit dien hoofde geldende regels van toepassing.
Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.
Boek 5 › Titel 6
Artikel 75
Artikel 75
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek BES Boek 5· Goederenrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010