**1.** Bij een overeenkomst kan worden bedongen dat de verplichting van een der partijen om iets te dulden of niet te doen ten aanzien van een haar toebehorend registergoed, zal overgaan op degenen die het goed onder bijzondere titel zullen verkrijgen, en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen.
**2.** Voor de werking van het beding is vereist dat van de overeenkomst tussen partijen een notariële akte wordt opgemaakt, gevolgd door inschrijving daarvan in de openbare registers. Degene jegens wie de verplichting bestaat waarop het beding betrekking heeft, moet in de akte ter zake van de inschrijving in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba woonplaats kiezen.
**3.** Ook na inschrijving heeft het beding geen werking jegens:
degenen die vóór de inschrijving onder bijzondere titel een recht op het goed of tot gebruik van het goed hebben verkregen;
een beslaglegger op het goed of een recht daarop, indien de inschrijving op het tijdstip van de inschrijving van het proces-verbaal van inbeslagneming nog niet had plaats gevonden;
degenen die hun recht hebben verkregen van iemand die ingevolge de onderdelen a of b niet aan de bedongen verplichting gebonden was.
**4.** Is voor de verplichting een tegenprestatie overeengekomen, dan gaat bij de overgang van de verplichting het recht op de tegenprestatie mee over, voor zover deze betrekking heeft op de periode na de overgang en ook het beding omtrent deze tegenprestatie in de registers ingeschreven is.
**5.** Het eerste tot en met vierde lid is niet van toepassing op verplichtingen die een rechthebbende beperken in zijn bevoegdheid het goed te vervreemden of te bezwaren.
Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.
Boek 6 › Titel 5 › Afdeling 4
Artikel 252
Artikel 252
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek BES Boek 6· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010