**1.** In geval van tijd- of reisbevrachting eindigt de overeenkomst met het vergaan van het schip. In geval van langdurige tijdingloosheid wordt vermoed, dat het schip is vergaan te 2400 uur Universele Tijd van de dag, waarop het laatste bericht is ontvangen.
**2.** Ten aanzien van reeds ten vervoer ontvangen zaken wordt vermoed, dat het vergaan van het schip is te wijten aan een omstandigheid, die voor rekening van de vervrachter komt; voor rekening van de vervrachter komen die omstandigheden, die in geval van beschadiging van door hem vervoerde zaken voor zijn rekening komen.
**3.** Vervoert de vervrachter ondanks het vergaan van het schip zaken die reeds aan boord waren ontvangen alsnog naar hun bestemming, dan wordt in geval van reisbevrachting dit vervoer vermoed op grond van de oorspronkelijke overeenkomst plaats te vinden.
**4.** De vervrachter verwittigt de bevrachter zo spoedig als dit mogelijk is.
**5.** Artikel 398, derde, vierde en vijfde lid, is van toepassing.
Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van Nederland.
Boek 8 › Hoofdstuk II › Titel 5 › Afdeling 2
Artikel 426
Artikel 426
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek BES Boek 8· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010