**1.** Hij die de verbodsbepaling van artikel 1, overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de derde categorie.
**2.** Hij die handelt in strijd met de artikelen 9, 13b, vierde lid, of met de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, of niet voldoet aan een vordering als bedoeld in artikel 13d, derde lid, of artikel 13e eerste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie.
**3.** Indien echter, naar hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden, enig voorwerp met betrekking tot hetwelk het feit wordt begaan, is een bom, een handgranaat of een dergelijk voor ontploffing of voor het verspreiden van verstikkende of vergiftigde gassen bestemd wapen, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de tweede categorie.
**4.** De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden, indien daarop mede gevangenisstraf is gesteld, als misdrijven en overigens als overtredingen beschouwd.
Tekstplaatsing administratief gecorrigeerd in Stb. 2011/134.
Oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 2010/519, die abusievelijk is
gepubliceerd met de inhoud van Stb. 2010/568.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Wapenwet BES· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010