**1.** De ambtenaar van politie kan per kalenderjaar ten hoogste 24 van de vakantie-uren waarop hij aanspraak heeft op grond van artikel 33, eerste lid, sparen ten behoeve van levensfaseverlof.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de ambtenaar van politie aan het einde van elk kalenderjaar ten hoogste 59,7 van de vakantie-uren waarop hij aanspraak heeft op grond van artikel 33, eerste lid, sparen ten behoeve van levensfaseverlof, op voorwaarde dat hij in dat kalenderjaar ten minste 108 vakantie-uren heeft genoten.
**3.** De ambtenaar van politie aan wie op grond van artikel 33, tweede lid, extra vakantie-uren zijn verleend, kan een derde deel van die extra-vakantie-uren sparen ten behoeve van levensfaseverlof.
**4.** Onverminderd artikel 37b, derde en vierde lid, kan Onze Minister op aanvraag van de ambtenaar van politie zijn aanspraak op vakantie-uren met ten hoogste 28,8 uren verhogen, welke uren die ambtenaar spaart ten behoeve van levensfaseverlof. Artikel 37b, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
**5.** Het aantal op grond van dit artikel in totaal door een ambtenaar van politie gespaarde en nog niet op grond van artikel 37d opgenomen vakantie-uren bedraagt ten hoogste 1.800.
**6.** Ten aanzien van de in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid genoemde aantallen vakantie-uren is artikel 34 van overeenkomstige toepassing.
**7.** Onze Minister kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit artikel.
Hoofdstuk IV › § 3
Artikel 37c
Artikel 37c
Onderdeel van Besluit rechtspositie korps politie BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 7 juli 2023