Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI › § 2

Artikel 54

Artikel 54

Onderdeel van Besluit rechtspositie korps politie BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De ambtenaar van politie die zorg draagt voor een persoon genoemd in het vierde lid, heeft aanspraak op buitengewoon verlof wegens calamiteiten met behoud van volle bezoldiging. 2. Onder calamiteit wordt verstaan ziekte of een andere onverwachte gebeurtenis waardoor een noodsituatie ontstaat in de verzorging van een in het vierde lid genoemde persoon. 3. Het verlof is bedoeld voor de eerste opvang en het treffen van verdere voorzieningen en bedraagt maximaal 8 werkuren per calamiteit voor maximaal 3 calamiteiten per kalenderjaar. 4. De personen voor wier verzorging het buitengewoon verlof kan worden verleend zijn: de echtgenote, ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders, kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen en aangehuwde kinderen van de ambtenaar van politie. 5. De ambtenaar van politie informeert Onze Minister vooraf over het opnemen van het verlof onder opgave van de reden. 6. Onze Minister kan verlangen dat de ambtenaar van politie achteraf aannemelijk maakt dat sprake was van een noodsituatie. Indien betrokkene daar naar het oordeel van Onze Minister niet in slaagt, worden de opgenomen uren in mindering gebracht op zijn vakantie-uren. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel